Om je Google Analytics-game naar een hoger niveau te tillen moet je ook op een betere manier data kunnen capteren. Dat is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Google Analytics is een sterke tool op zichzelf, maar werkt eigenlijk nog veel beter met het gebruik van tags.

Want tegenwoordig bestaan er een hele hoop tags. LinkedIn, Facebook, en Hotjar – om er maar een paar te noemen – vragen je allemaal om stukjes code (pixels of tags) op je website te plaatsen. Helaas is het voor de gemiddelde marketeer niet zo simpel om manueel tags te configureren, te testen en te onderhouden.

Maar gelukkig is er Google met Google Tag Manager om jou daarbij te helpen.

Wat is Google Tag Manager?

Google Tag Manager is een tag management systeem waarmee je makkelijk tags kan aanmaken en beheren zonder de tussenkomst van een developer. Het enige wat je daarvoor moet doen is de Google Tag Manager code toevoegen aan elke pagina op je website en een Google Tag Manager account aanmaken.

Aangezien Google Tag Manager voor jou het codeer-werk verricht, worden je kansen op een o-zo-typische menselijke fout significant kleiner. Dat zorgt ervoor dat je tags via Google Tag Manager zorgen voor scherpere rapportages binnen Google Analytics of andere reporting tools.

En ja, Google Tag Manager is volledig gratis. Dus je kan meteen beginnen rondneuzen en uitproberen. En wij? Wij zullen je daar in begeleiden.

Hoe zet je Google Tag Manager op?

Google Tag Manager opzetten is een eitje. 

Het duurt welgeteld 3 stappen. 1, 2, 3, daar gaan we!

Stap 1 – Maak een Google Tag Manager account aan

Google Tag Manager stap 1 - Account opzetten

Ga naar Google Tag Manager en maak je gratis account aan. Vervolgens maak je je eerste ‘container’ aan door de volgende velden in te vullen:

 

Accountnaam: Jouw bedrijfsnaam

Land: Kies het juiste land.

Containernaam: Vul je domeinnaam in.

Doelplatform: Als je Tag Manager wilt installeren op een website kies je ‘internet’.

 

Andere mogelijkheden zijn iOS of Android apps of het gebruik van Accelerated Mobile Pages (AMP).

Stap 2 – Plaats de Google Tag Manager code op je website

Vervolgens krijg je jouw persoonlijke GTM-code te zien op het scherm.

 

Het bovenste stuk code plak je zo hoog mogelijk in de <head> sectie van je website. Het onderste stuk code plaats je onmiddellijk na de openingstag <body>.

stap 2 - plaats de google tag manager snippet op je site

Ofwel kies je ervoor om de code meteen te installeren door hem zelf op je website te plaatsen of de instructies door te mailen naar je developer.

 

Ofwel wacht je daar nog even mee tot je wat ademhalingsoefeningen hebt gedaan na een kleine stretch-pauze ter ontspanning. In dat geval kan je je code altijd terugvinden door in je ‘werkruimte’ op je container ID te klikken.

GTM snippet code

Stap 3 – Voeg de Google Tag Assistant-extensie toe aan je Google Chrome

Ga naar de Google Chrome webstore om de Tag Assistant extensie van Google toe te voegen aan je browser.

Als je Tag Assistant correct aan je browser toegevoegd hebt, verschijnt normaal gezien het volgende icoontje rechts van je zoekbalk:

Als je de GTM-code op de website gezet hebt, gebruik je Tag Assistant een eerste keer om te controleren of dat op de juiste manier gebeurd is. Als dat het geval is, dan krijg je van Google het groene licht zoals in het voorbeeld hieronder.

Wat zijn Tags en Triggers?

Vooraleer we dieper duiken in de ‘hoe’ over tags en triggers, is het belangrijk dat je eerst begrijpt wat beide nu eigenlijk zijn en op wat voor manier ze aan elkaar verbonden zijn.

 

Tags

Tags zijn analytics of marketing scripts. Tags zijn javascript snippets die je aan je website toevoegt wanneer je bepaalde zaken wil meten of installeren.

 

Zo voeg je bijvoorbeeld Facebook en/of LinkedIn Pixels toe voor remarketing. Maar even goed het tracken van websitedata binnen Google Analytics gebeurt aan de hand van een tag.

 

Triggers

Triggers zijn bepaalde handelingen of acties die je een website bezoeker al dan niet bewust onderneemt waardoor er tags gelanceerd worden. Zoals het woord zelf zegt: als de actie waaraan een tag vasthangt niet wordt uitgevoerd, dan wordt de tag ook niet afgeschoten.

 

Klinkt dat wat te nerdy en abstract? Dat vinden wij ook.

 

Laat me je het verduidelijken aan de hand van een simpele, maar gewelddadige analogie: Tags en triggers staan in relatie tot elkaar zoals een pistool en een kogel. Het is pas wanneer je de trekker (trigger) overhaalt, dat de kogel (tag) afgevuurd wordt.

 

Naamgeving

Het overzicht behouden door ordelijk te werken is altijd fijn. Maar wanneer je in het wilde weg tags en triggers benamingen gaat geven, is het kwaad snel geschied. Vandaar dat we je bij SPARK willen stimuleren om vanaf het begin af aan een vaste structuur voor de naamgeving van tags en triggers uit te denken.


Wij stellen het volgende voor bij
tags: Platform – Tag type – Detail

Bijvoorbeeld: Google Analytics – Page View – All Pages

 

Voor triggers: Trigger type – Detail

Bijvoorbeeld: Click – Newsletter subscription

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Privacy Preference Center